
Priester Hildo Bos
Preek op de 1e zondag van de Grote Vasten, 21 februari 2010
In de naam
van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
De Grote
Vasten is als een grote, lange reis. Een reis van veertig dagen -
dat hebben we van te voren al gehoord. Bij elke lange reis houd je zo
af en toe stand. Je stopt, je rust uit: je hebt een halte. De haltes
van de Grote Vasten zijn de zaterdagen en de zondagen. Op zaterdag en
zondag stoppen we het gebed van de heilige Efraïm de Syriër, we
maken geen knielbuigingen. In de kerk leggen we de zwarte gewaden af
en doen we kleurrijke gewaden aan. We zingen de gewone melodieën,
niet de vastenmelodieën. Op die manier zijn de weekends onze haltes
op weg naar Pasen.
Welke
halte hebben wij vandaag? Vandaag vieren wij de Zondag van de
Orthodoxie. Velen weten dat dit de gedachtenis is van het herstel van
de verering van de ikonen door keizerin Theodora. Wij vieren het
herstel van een ikonenverering die was verrijkt met het besef hóe
wij ikonen vereren. Wij aanbidden
ikonen niet, omdat aanbidding alleen aan God toekomt.
We vereren ikonen,
opdat de eer die wij ze bewijzen doorgegeven wordt aan het prototype,
het oerbeeld.
Maar
als we eerlijk zijn: wat betekenen die mooie woorden, "aanbidding"
en "verering" eigenlijk voor een moderne Christen uit de
twintigste eeuw? Is het echt zo dat wij in ons leven een God
aanbidden als een macht die boven onszelf staat en de wereld
bestuurt? Is het echt zo dat wij in ons gebed eer en aanbidding
richten tot die machtige God? Is het echt zo dat wij onze naasten
eren als het beeld Gods? Is ons gebed een aanbidding
in waarheid en geest
of niet? Is voor ons die triomf van de Orthodoxie een teken dat wij
de beste zijn, omdat wij het beste geloof hebben gekozen, of is het
een waarachtig feest van het geloof?
Jammer
genoeg moeten we toegeven dat begrippen als "aanbidding" en
"verering" in ons leven vaak nog maar één object hebben:
onszelf. Wij houden van onszelf, en ons comfort; gemak staat centraal
in ons leven en we zijn bereid onszelf te aanbidden, ons gemak te
aanbidden - alle aspecten van ons leven. We aanbidden onze maag en
we brengen aan die maag al het eten ten offer dat die maag vereist.
We aanbidden onze eigen geest, onze ideeën, onze smaken en laten
niemand ons in de weg staan van de verwezenlijking van onze ideeën -
daaraan brengen we met gemak alle goede relaties ten offer. We
aanbidden ons eigen lichaam. "Waarom zouden we ons in iets
onthouden als het lichaam ergens zin in heeft?" Op die manier
brengen we ook onze eigen reinheid ten offer. We houden van geld,
hoewel hebzucht door de apostel Paulus wordt beschreven als
afgoderij.
En ook die afgodendienst volgen we graag in ons leven. En zo blijkt
dat "aanbidding" en "verering" voor onszelf vaak geen
betekenis hebben buiten ons ego.
Uit deze
context blijkt dat de bekering van de mens eigenlijk niet veel meer
is dan het herstel van de hiërarchie die moet zijn: God op de eerste
plaats, onze naaste (en onze minder naaste !) op de tweede plaats en
wijzelf op de derde, vierde of misschien ook wel de laatste plaats.
Dat is de bekering - metanoia - waarover wij hebben gebeden in de
eerste week.
Gelukkig
laat God ons niet in de steek op weg daar naartoe. Hij spreekt ons
aan met woorden die we begrijpen. Hij zegt in het Evangelie: "Houd
je van geld? Luister naar dit verhaal. Er was een weduwe ze had een
muntstuk verloren - een Drachme. Kun je je voorstellen hoe blij ze
was toen dat muntstuk werd had gevonden? Even blij zijn de engelen in
de Hemel als een zondaar zich bekeert en terugkeert naar God".
Hetzelfde doet Andreas van Kreta. Ook hij gebruikt taal die we
begrijpen. Hij zegt: "Ik ben als dat muntstuk, als die Drachme. Ik
draag het beeld van de Koning, maar ik ben kwijtgeraakt. Ik ben
weggerold van U, Heer. Heer, dat beeld van de Koning, het beeld van
God dat ik draag heb ik vuil gemaakt met al mijn zonden. Heer, zoekt
Gij mij en vind mij." En gelukkig doet God dat ook.
Vandaag
liggen voor ons ikonen van Christus, van Zijn Moeder en van de heiligen.
Deze ikonen tonen ons het beeld van Christus dat wij allen in ons
dragen. In de persoon van Zijn Moeder en zijn heiligen tonen zij ons
diegenen die dat beeld hebben teruggevonden, schoongemaakt en
hersteld. Dat is ook onze weg - uiteindelijk zelfs de enige weg.
Amen.
|