|

Priester Hildo Bos
Preek op de 3e zondag van de Grote Vasten, 7 maart 2010
In de naam
van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
In
deze dagen lezen wij het boek Genesis, waarin wij de beschrijving
vinden van hoe het allemaal begon. Hoe God de mens schiep uit de
aarde, hoe Hij hem door de neus een levensadem ingaf.
God gaf de mens een adem van leven en plaatste hem in het "paradijs
der geneugten".
We lezen hoe God de mens in dat paradijs één enkel gebod gaf: "Gij
zult niet eten van de boom".
Nu wij op
weg zijn naar Pasen en naar de dagen van de Passie, weten wij ook hoe
het is afgelopen. Hoe God de mens een gebod gaf, en de mens dat gebod
niet gehouden heeft. Hoe God de mens buiten het paradijs heeft
geplaatst en hoe de mens vervolgens God - Christus - buiten Zijn
eigen stad heeft gejaagd, uit Jeruzalem om Hem buiten de muren van de
stad te kruisigen. Hoe God de mens een adem van leven gaf - en de
mens Christus aan het kruis de laatste levensadem heeft ontnomen. De
dood aan het kruis is immers een dood van verstikking, waarbij de
mens tevergeefs steunt op het voetenbalkje, zich steeds weer opricht
om zo langzaam alle adem te verliezen. Als wij dit allemaal weten,
waarom leggen wij dan datzelfde kruis in het midden van de kerk?
In
de eerste plaats is dit waarschijnlijk omdat voor ons mensen het
kruis niet dezelfde betekenis heeft als voor God. Onze God heeft
eigen wegen, hogere wegen, diepere wegen dan wij.
Waar voor de mens het kruis het teken is van onrecht en leed, maakt
God het kruis tot het teken van overwinning. In de eerste plaats een
overwinning op de dood, omdat Hij door zijn dood afdaalt naar het
dodenrijk en de doden daar bevrijdt. Het is ook het teken van
overwinning op de kwade krachten. Paulus schrijft in zijn brieven dat
Christus gehoorzaam is geweest aan de Vader -gehoorzaam tot het
kruis.
Christus is nederig geweest, heeft zichzelf klein gemaakt
en de kruisdood aangenomen. En als er iets is wat de kwade krachten
niet kunnen verdragen, dan is dat nederigheid en gehoorzaamheid.
Als
wij dit weten, kunnen wij een tweede vraag stellen. Waarom wordt het
kruis nú al in het midden van de kerk gelegd, hoewel de dagen van de
passie nog vóór ons liggen? Waarschijnlijk heeft dit te maken met
het feit dat de Grote Vasten een weg is.
Zoals we al eerder hebben gezegd is de Grote Vasten tijd een weg -
samen met Christus, en achter Christus aan. Diezelfde Christus heeft
gezegd dat wij, als wij Hem willen volgen, onszelf moeten
verloochenen, ons kruis moeten opnemen en Hem moeten volgen.
Méér dan dat: Hij zegt dat als wij dat kruis niet
opnemen, wij Hem niet waardig zijn.
Derhalve pakken wij halverwege de Vasten ons kruis op om Hem te
volgen. Een zwaar kruis? In zekere zin wel, omdat wij vaak het kruis
alleen maar zien als die zorgen en problemen die het leven ons
brengt. Maar in zekere zin is het kruis ook een lichte last, omdat
wij dat kruis immers al in onszelf dragen. Wij zijn deze weg al
gegaan. Wij zijn al ondergedompeld in het water van de doop; samen
met Christus zijn wij weer uit dat water naar boven gekomen. Wij
dragen Christus in ons. Hij is met ons. Hij leidt ons op deze weg,
Hij begeleidt ons op deze weg. Als we dat weten, hoe zwaar ons kruis
ook is, kunnen wij toch met vertrouwen zeggen dat de last die wij
dragen een zachte is en dat het kruis - de ballast van Christus -
een goede, een lichte last is.
Amen.
|
|