
Aartspriester Sergei Ovsiannikov
Preek op de zondag 5 van Pasen. Zondag van de Samaritaanse.
2 mei 2010
In de naam
van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
In
de evangelielezing van vandaag hebben wij gehoord hoe onze Heer Jezus
Christus een gesprek aanging met een eenvoudige Samaritaanse vrouw.
Juist aan haar en niet aan een of andere hoogonderlegde heer
openbaart Hij de allerdiepste geheimenissen van het geloof. In de
woorden die Hij tot haar spreekt zijn er enkele woorden die opvallen
door hun raadselachtigheid. De Heer heeft het hierbij over de
aanbidding in waarheid en geest. Hij zegt dat de tijd zal komen en
reeds is gekomen waarop de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden
in geest en in waarheid. Vanaf dat moment wordt er door mensen
getwist over de betekenis van deze woorden.
Sommigen
mensen maken hieruit op dat de tempel niet
meer nodig is dat er geen kerk meer nodig is. En als wij eerlijk zijn
zouden wij dan niet moeten toegeven dat ook wij soms deze verzoeking
hebben? Waarom zou ik naar de kerk gaan als ik ook gewoon thuis kan
bidden? Wat vind je nou eigenlijk aan bijzonders in een kerk in een
tempel? Nou ja, je kunt natuurlijk een kaars opsteken, maar als God
zo een kaarsje echt nodig heeft, kan ik toch ook thuis een kaarsje
voor Hem opsteken? Sommigen mensen maken vanuit de woorden van
Christus op dat het niet echt nodig is om naar de kerk te gaan, dat
het belangrijkste is om een goed mens te zijn. Maar als wij dat
stellen dan geven wij daarmee aan dat wij een belangrijk aspect van
de woorden van Christus niet hebben begrepen.
In
de eerste plaats hebben wij niet begrepen wat die woorden over
aanbidding in geest en waarheid eigenlijk betekenen. En in de tweede
plaats tonen wij daarmee aan niet te begrijpen wat het woord
aanbidding nu eigenlijk betekent. Niet zozeer het woord zelf als de
handeling die daarmee gepaard gaat. Bij aanbidding gaat het niet
alleen om het fysieke buigen van onze knieën.
Voor ware aanbidding moet er iets gebeuren in het hart van de mens.
Om echt te aanbidden moet er een nederdaling van de Heilige Geest in
ons mensen plaatsvinden. U kunt zich misschien herinneren dat de
heilige Serafim van Sarov heeft gezegd dat juist in die nederdaling
het doel van het christelijke leven gelegen is. Het doel van het
leven is het aanroepen, het aantrekken, het verwerven van de Heilige
Geest. Zolang het mensenhart niet door de Heilige Geest is beroerd,
is er geen sprake van enig christendom.
Dan
is er nog een belangrijk aspect, de
waarheid. Wat is de waarheid? En welke waarheid aanbidden wij? In dit
geval gaat het niet om de een of andere menselijke redenering hoe
waar deze verder ook moge zijn. Hier hebben we het bij de waarheid
over de levende Christus Zelf. Hij heeft immers tot ons gezegd: "Ik
ben de weg, de waarheid en het leven." De vaders van de kerk hebben
veel gesproken over dit naderen tot de waarheid. De heilige Basillius
de Grote heeft het bijvoorbeeld als volgt gezegd: "Om te beginnen
moeten we alle drukte van dit leven uit onszelf nemen en terzijde
leggen. Vervolgens moeten wij ingaan tot een zo diep van zwijgen van
het hart dat in dat zwijgen het Mysterie plaats kan vinden. En enkel
in dit zwijgen kan de waarheid aanschouwd worden, gecontempleerd
worden." En nu beginnen wij te begrijpen dat de aanbidding in geest
en waarheid wellicht inderdaad het allerbelangrijkste is in ons
leven, omdat het hier gaat om een Geheimenis, om een Mysterie dat
zich in de mens voltrekt. We zien hieraan dat wij de kerk niet nodig
hebben als een gebouw, maar als het Lichaam van Christus, omdat het
in dat Lichaam van Christus is dat het Geheimenis plaatsvindt: Het
Geheimenis, het Sacrament van de Dankzegging. Zoals in een van de
liturgische gebeden wordt gezegd: "Moge het Offer van lof heden
plaatsvinden."
Het
offer van Lof is niets anders dan de aanbidding van de Vader. Het is
in de Liturgie, in de Eucharistie, dat dit
offer van lof plaats vindt. Dat is het Geheimenis, het Mysterie dat
in ons leven gebeurt. Omdat het door de contemplatie van de waarheid
is dat wij God beginnen te danken.In dat geval staan wij vol
verbazing, vol verwondering voor de schepping en voor de Schepper van
die schepping. We verbazen ons over de schoonheid van deze wereld. We
verbazen ons over de harmonie van deze wereld en we beleven verdriet
en berouw als deze door toedoen van de mens wordt verbroken. Onze
roeping is dan ook om dag in dag uit, stukje bij beetje die harmonie
te herstellen. We zijn ook geroepen er zorg voor te dragen. Moge
hierin dan ook onze dankzegging aan God gelegen zijn. En dan zal de
aanbidding van God onze Vader in geest en waarheid geschieden. Amen.
|